Het Reisschema

5-juli Zaventem
6-juli Entebbe
7-juli Kibale
10-juli Queen Elizabeth National Park
12-juli Ishasha
14-juli Lake Bunyonyi
16-juli Kisoro
19-juli Kinigi
21-juli Nyungwe Forest
23-juli Kigali
24-juli Lake Mburo
26-juli Entebbe
28-juli weer thuis


De Activiteiten

Kibale
Chimpwalk
Swampwalk (2x)
Nightwalk

Queen Elizabeth NP
Gamedrives (2x)
Boottrip

Ishasha
Gamedrive(2x)
Riversidewalk

Lake Bunyonyi
Kanotocht
Wandeling

Kisoro
Gorilla trekking in Bwindi
Sabinyo Gorge walk(deels)

Kinigi
Gorilla trekking in Virungas

Nyungwe Forest
Waterfall trail
Birdwalk

Lake Mburo
Gamewalk/gamedrive te paard
Birdwalk (2x)


De Verblijven

Campanile Hotel Zaventem
meer een motel dan een hotel, de kamers zijn wat benauwd en erg gehorig.

Entebbe Airport Guesthouse een prima plek als start en eind van de reis.

Kibale Forest Camp Mooi gelegen (niet in Kibale forest overigens) met een eigen groep Black and white Colobus en een groep Red Colobus. Prima keuken.

Bush Lodge Camp. Nieuw, net als Kibale Forest camp ook van Nature Lodges. Nu nog een wat kaal terrein maar dat groeit met de tijd wel dicht. Uitzicht over het Kazinga channel.

Ishasha Wilderness Camp
Geweldige plek. Aan de rivier in "the middle of nowhere" Kleinschalig gastvrije beheerster. Super service.

Kalebas Camp
Sanitair wel wat minimaal, verder een heerlijk plekje aan het meer. Otters spotten vanuit je tent. Keuken eenvoudig maar goed met enorme pizza's.

Travellers Rest met recht een rustpunt. Weliswaar in het plaatsje Kisoro, maar door de constructie met een binnentuin wel volop rust. Kamers en sanitair zijn goed, diner in buffetvorm bijzonder smakelijk. Wordt momenteel gerund door een erg leuk Nederlands stel.

Mountain Gorilla View Lodge de enige in het rijtje die we niet echt aanraden. De (te) grote huisjes zijn niet warm te krijgen. De douche was of bloedheet of ijskoud. Pretentieuze extra's zoals haardroger en koelkast zijn maar een heel klein deel van de dag bruikbaar ivm vereiste generator. Prijs van de drankjes exorbitant hoog (4 wijntjes en twee biertjes $44,-)

Gisakura Guesthouse basic onderkomen met gedeelde douche en toilet, maar die zijn schoon en werken perfect. Het eten is recht-toe-rechtaan en zo wordt het ook opgediend.

Hill Top Hotel and Country Club het hotel met de gevaarlijkste douchekop aller tijden, maar we hebben het overleefd.

Nogal doorgezakte bedden in een erg klein kamertje. Bij het countryclub gedeelte kun je wel heerlijk buiten zitten en eten.

Mihingo Lodge een geweldige afsluiter. 'Tenten' met uitzicht over Lake Mburo NP en het aangrenzende wildlife reserve. Goed sanitair, prima staff, goed eten en ''gegarandeerd' bushbabies na zonsondergang.

De Reisorganisator

Losse Observaties

Geld

In Uganda en Rwanda kun je in de meeste gevallen met dollars betalen. Er worden alleen wel eisen aan die dollars gesteld. Ten eerste mogen de biljetten niet van vóór 2000 zijn en moeten ze in onberispelijke staat zijn. Vooral dat laatste is een tamelijk onbegrijpelijke eis als je de kwaliteit van de lokale bankbiljetten er naast legt. Vooral de biljetten van 1000Ush zijn doorgaans te vies om aan te pakken. Oudere dollar biljetten worden door sommige wisselkantoren wel geaccepteerd, maar dan tegen en veel beroerdere koers.

Een ander apart iets is dat, wanneer je geld gaat wisselen, de koers voor grote coupures beter is dan die van kleine coupures. Voor $100 in biljetten van 50 krijg je 200.000Ush; wissel je hetzelfde bedrag in biljetten van $10 of $20 dan krijg je ineens nog maar 180.000Ush.

Het is overigens het makkelijkst om je Ush of Rfr gewoon uit de flappentap te halen. In vrijwel elke wat grotere plaats is wel een bank met een "autobank" waar je met je bankpas (als die tenminste het cirrus logo heeft) geld kunt pinnen. Je krijgt dan nog een betere koers ook. Opvallend in Rwanda is trouwens dat naast zo'n autobank meestal één of twee gewapende agenten staan.

Betalen met creditcard kun je op de meeste plaatsen wel vergeten, en daar waar het wel kan voornamelijk Visa.

Queen Elizabeth National Park

Na de nightwalk in Kibale weer een goede nacht in onze tent en we mogen zelfs wat uitslapen. 's Ochtends rustig ingepakt en nog wat rondgehangen om vervolgens te vertrekken richting Queen Elizabeth NP. Onderweg gaan we van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond. Dit gaat meestal met de nodige commercie gepaard, maar de weg die we nu volgen is vrij rustig en kennelijk niet lucratief genoeg. Dus alleen maar een markering langs de weg en dat is wel weer aardig voor een fotootje. Even voor de duidelijkheid, Annemiek zit nog grotendeels op het noordelijk halfrond en Ton vooral op het zuidelijk halfrond.

Bijzonder is de enorme verandering in het landschap. Van heuvelachtig bos (of theeplantages waar het bos gekapt is) gaat het over in het typische savannebeeld dat we van eerdere Afrika-reizen zo goed kennen. Door dit landschap rijden we naar Bush Lodge Camp, onze volgende verblijfplaats. We zouden hier kamperen, maar George de trotse manager wil ons heel graag zijn splinternieuwe huisjes laten zien. En die zien er wel zo goed uit dat we wel willen overwegen daar in te trekken. Maar dat hangt even van de kosten af. Richard belt met het kantoor van Habari in Kampala en komt terug met de boodschap dat het goed is, waarop wij elkaar even vreemd aankijken, hoezo goed, dat beslissen we toch zelf? Maar al snel blijkt dat we een "free upgrade" hebben.

Na de lunch hangen we eerst nog wat op het kamp rond en zo tegen vieren te vertrekken voor een gamedrive. Het dak van "onze" Landcruiser is omhoog uitgeklapt en al staande in de auto kunnen we allebei 360 graden rond kijken. Wat een luxe. We rijden naar de Kasenyi Planes die ook wel de "Kob mating grounds" worden genoemd. Een deel van het park waar Kob samenkomen om te paren. Een prettige bijkomstigheid daarvan (voor ons dan) is dat door de vrijwel constante aanwezigheid van Kob er ook altijd leeuwen zijn. Wat nog niet wil zeggen dat je die ook gaat zien, want je kunt vanaf de wegen natuurlijk maar een beperkt deel van het park overzien. Maar na wat rondrijden en rondvragen - zoals in zoveel wildparken is ook hier de communicatie tussen gidsen een belangrijke succesfactor- vinden we dan toch een groep leeuwen. Niet de complete groep zo te zien, twee mannetjes en twee jonge dieren. Het ene mannetje is nog erg jong, de ander ziet er al ouder uit maar is ook niet echt in de kracht van zijn leven. Al met al vinden we dit clubje er niet super fit uitzien, terwijl het eten op nog geen honderd meter verder staat. Behalve de leeuwen en de kobs zien we ook nog de nodige waterbucks, waaronder vrij veel eenzame bokken. Net als buffels gaan waterbuck bokken een solitair leven leiden als ze te oud zijn om nog een harem te verdedigen. Richard vertelt dat in tegenstelling tot bij de buffels, dit voor een waterbuck een vrij rustige oude dag is. Dit komt omdat het vlees van waterbuck niet lekker is en de meeste roofdieren ze dus met rust laten. De waterbucks hier zijn trouwens van een ander "type" dan die welke we op eerdere reizen hebben gezien. Dit is het defassa-type en die missen de karakteristieke witte ring op hun achterste. Aan het eind van de rit worden we nog getrakteerd op een fraaie zonsondergang. Wel een beetje een vreemde want de zon gaat al "onder" en kleurt al ruim voor hij de feitelijke horizon heeft bereikt. Dat lijkt vooral te maken te hebben met het feit dat er in de wijde omgeving veel gecontroleerde natuurbranden zijn. Het verdroogde gras wordt dan afgebrand om plaats te maken voor jong gras zodra de eerste regens vallen.

Terug op het kamp nog een snelle douche (solar heated en in de openlucht deze keer) en dan weer aan het diner. Er brandt inmiddels ook een kampvuur, maar we besluiten het niet al te laat te maken want morgenochtend gaan we weer gamedriven en ja dus weer vroeg op. Als we naar bed gaan maken we kennis met een fenomeen wat we deze vakantie vaker zullen tegenkomen; we worden tot aan de voordeur van onze hut gebracht. Een van de mannen van het kamp loopt met ons mee en verkent het pad met een krachtige zaklamp. Ze willen niet riskeren dat hun gasten nietsvermoedend tegen olifanten, buffels of nijlpaarden oplopen (vooral de laatste twee zijn erg onaangenaam).

Een goede nacht (we slapen eigenlijk steeds goed) met op de achtergrond wat leeuwen gebrul en het gehuil van hyena's. Dit is de eerste Afrika-reis waarbij we alleen maar hyena's horen en ze niet zullen zien. Een wake-up call met koffie bij de tent, waarna we in het restaurant (een aan drie kanten open grote tent) ontbijten. En dan weer in de auto voor een volgende game drive. We gaan naar hetzelfde gebied als de avond ervoor, en worden in ieder geval beloond voor ons vroege opstaan met een fraaie zonsopgang. Verder natuurlijk Kob. Even voor de duidelijkheid: Kob is het nationale symbool van Uganda en is een gazelle die de plaats inneemt die in de rest van Afrika door de Impala of de Thomson gazelle wordt ingenomen. Ze hebben één op zich wel aparte eigenschap. Als er gevaar dreigt slaan ze niet op de vlucht, maar gaan met z'n allen in de richting van het gevaar staan kijken. Mocht je dus een aantal kobs zien die allemaal dezelfde kant op kijken, dan weet je vrijwel zeker dat er die richting een roofdier zit. In het geval van het plaatje hierboven waren het leeuwen, namelijk het groepje leeuwen in het filmpje hieronder. Het zal duidelijk zijn dat deze leeuwen helemaal geen belangstelling voor de Kob hadden.

Behalve de volwassen man en het vrouwtje hebben we ook de jonge dieren van de avond ervoor terug gezien. Het was nu duidelijk dat een van de jongen er inderdaad slecht aan toe was, mager en hij liep mank. Niet echt een garantie voor een lang leven. Dat leeuwen de kob niet altijd met rust laten werd duidelijk toen we elders de restanten van een kob met een aantal gieren aantroffen. Dit moet wel het slachtoffer van een roofdier (leeuw, luipaard of hyena)zijn geweest. Opvallend was wel dat op relatief korte afstand nog gewoon kob rondliepen.

Na de leeuwen terug naar het kamp weer een beetje uitrusten en uiteraard weer eten. Want ook het middagprogramma stond al weer vast. We zouden een boottocht over het Kazinga Channel gaan maken en we moesten nog even naar de Mweya Lodge. Dat was een van de mogelijke locaties om een goede vogelgids te kopen. Want als vogelaar te boek staan en dan geen eigen gids hebben dat kan natuurlijk niet... Normaal gesproken hebben we dat soort gespecialiseerde gidsen wel bij ons, maar het was er deze keer gewoon bij ingeschoten om hem nog voor vertrek te bestellen. Een keer zo'n lodge binnenlopen is op zich best grappig, al zouden we er niet onze vakanties in willen doorbrengen. Bij het betalen kennisgemaakt met een aardige provisie/wisseltruc. De prijs van de gids was in Ugandese shillings (Ush), maar we wilden graag met creditcard betalen. Ze doen dan het volgende; de prijs in Ush wordt omgerekend naar $ tegen een niet al te beste koers om vervolgens weer te worden teruggerekend naar Ush tegen een tamelijk forse koers, met als gevolg dat je dus flink meer betaalt dan de prijs op het plakkertje. Maar goed, we hadden de vogelgids. In de lodge kwamen we ook nog een stel Nederlanders tegen die ook met Habari reisden en nu ook op Bush lodge camp stonden. Ze hadden net een luipaard gezien (grrrr). Na de boodschappen in de auto op weg naar de afvaartplek van de boot keek Richard op z'n horloge, er was nog even even tijd, dus wij ook naar de plek waar de luipaard was gezien, maar helaas niks.

Op naar de boot. Je vaart voornamelijk langs de oever. Richard had ons geadviseerd om links te gaan zitten en dat was een goed advies want daardoor zaten we steeds aan de goede kant van de boot. Onderweg veel vogels, hippos en buffels.

De gids op de boot kreeg er maar geen genoeg van de eenzame buffelstieren als ''losers'' te bestempelen. Nou herhaalde hij sowieso alles tot in den treure maar dit was wel z'n favoriete kreet. Ze worden losers genoemd omdat ze niet langer in staat zijn om zich door machtsvertoon als leider van een kudde te manifesteren. Maar voor ons mensen is gepast respect zeker aan te bevelen. Het zijn namelijk vooral de alleengaande stieren die voor mensen gevaarlijk zijn. Vanwege hun eenzaamheid zijn ze extra kwetsbaar en daarom hanteren ze het adagium van eerst aanvallen en dan pas vragen stellen.

Tijdens de tocht werden we gepasseerd door kleine bootjes met vissers die onderweg waren naar Lake Edward. Het Kazinga Channel verbindt Lake Edward met Lake George. Aan het einde van de tocht nog een kudde olifanten bij het water. Al met al een plezierige tocht die ons een andere kijk op veelal bekende dieren bood.

Op de terugweg nog steeds geen luipaard... In het kamp weer lekker douchen bij de ondergaande zon, nog even bij het kampvuur en toen weer een maaltijd. Morgen weer verder naar de volgende overnachtingsplaats, Ishasha ook in het Queen Elizabeth NP maar dan in het zuiden. Ishasha staat vooral bekend om zijn "tree climbing lions" dus daar zijn we als katten-freaks wel benieuwd naar.

Ishasha

Na een rit over een hobbelige weg, met af en toe een paar forse vrachtwagens die voor flink wat stof zorgen, rijden we op een gegeven moment het zuidelijk deel van het park in. Gelijk zien we dat het er hier toch weer anders uitziet dan in het noorden. Veel meer acacia's waarvan een deel maar manshoog is. Dat is het werk van olifanten die de bomen afbreken om ook de jongere dieren bij het blad te kunnen laten komen. Door dit landschap rijden we richting Ishasha Wilderness Camp een uniek plekje aan de rivier waar we de komende twee nachten zullen verblijven. We krijgen tent nummer 6 inclusief "bucket shower" en een chemisch toilet voor 's nachts. Overdag word je verzocht van het gemeenschappelijke toilet zonder deur met uitzicht op het bos gebruik te maken. Dit klinkt misschien vreemder dan het is. Bij het paadje naar het toilet staat een houten bordje met op de ene kant "Occupied" en op de andere "Vacant". Als je van het toilet gebruik maakt zet je het bordje op occupied en dan laat men je met rust, je moet er alleen wel even aan denken dat je het na gebruik weer terug zet! De eerste nacht waren we de enige gasten dus toen het wel erg lang occupied bleef terwijl wij beiden voor de tent zaten toch maar eens voorzichtig om het hoekje gekeken...

Na aankomst was het natuurlijk eerst wel weer eens tijd om te eten, een prima lunch en daarna even rustig bijkomen van de rit en wat lokale vlinders fotograferen. Daar hebben we het nog helemaal niet over gehad, maar het stikt in Uganda van de vlinders in vele soorten en maten. Hiernaast een kleine selectie. Aan het einde van de zeer warme middag onze eerste gamedrive. We zetten koers naar het south-circuit in de hoop de fameuze tree-climbing lions te zien. Onderweg natuurlijk kob, daar ontkom je hier bijna niet aan, maar ook veel Topi en her en der wat buffels en natuurlijk de immer komische wrattenzwijntjes met hun staartjes in de lucht. Ook hier veel plaatsen waar gecontroleerd gras wordt/is afgebrand. Het zal uiteindelijk wel goed zijn voor de dieren, maar het blijft een rotgezicht die geblakerde stukken. Bomen en struiken waarvan niet alleen het onderste deel verschroeid is maar vaak ook al het blad. De beesten lijken er verder niet zo veel last van te hebben. Je vindt Topi bijvoorbeeld net zo vaak in het geblakerde deel als op het onverbrande. Volgens Richard hebben sommige dieren zelfs een voorkeur voor de verbrande stukken en likken ze de as (met mineralen) op.